ECLI:NL:RVS:2019:2677
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in zaak verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 29 november 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht onder meer de klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. Uit verklaringen van de rechter en griffier bleek dat de uitspraak niet op de eigen mobiele werkplek was ondertekend en dat niet kon worden vastgesteld of de digitale tekst overeenkwam met de getekende uitspraak. Hierdoor was niet voldaan aan de voorwaarden om vernietiging achterwege te laten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbehandeling. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.