ECLI:NL:RVS:2019:268
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over inschrijving geboorteakte in Basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de inschrijving van de geboorteakte van [wederpartij] uit 2008 in de Basisregistratie personen (Brp), omdat het een tweede registratie betrof die volgens het college niet rechtsgeldig was. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de geboorteakte authentiek is en dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de inhoud onjuist is. De eerdere jurisprudentie over tweede geboorteakten is in deze zaak niet van doorslaggevend gewicht, omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat er een eerdere geboorteakte bestaat. Bovendien zijn de persoonsgegevens op de geboorteakte en het paspoort uit 2008 consistent.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en moet opnieuw op het bezwaar van [wederpartij] beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.