ECLI:NL:RVS:2019:2683
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij onderscheiden besluiten van 13 oktober 2017 heeft de minister van Veiligheid en Justitie de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten op 30 augustus 2018 ongegrond. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of zij en de staatssecretaris het asielmotief bij het beroep konden betrekken, mede gelet op het moment van indiening en de concreetheid van het motief. Dit leidde tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 6 augustus 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.