ECLI:NL:RVS:2019:2689
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Bij besluit van 17 mei 2019 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 15 juli 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening toewijsbaar was, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van €512,00. De uitspraak werd op 7 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter D.A. Verburg.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.