ECLI:NL:RVS:2019:2693
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 6 juli 2018 schriftelijk bevestigd dat op 27 juni 2018 spoedeisende bestuursdwang is toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De kosten van €126 werden aan appellant toegerekend omdat op de aangetroffen doos zijn naam en adres stonden.
Appellant betoogde dat hij de doos correct in een gezamenlijke container had aangeboden en dat hij eerder per ongeluk vuilniszakken verkeerd had aangeboden, maar dat dit niet betekent dat hij de doos verkeerd had aangeboden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat volgens vaste rechtspraak degene aan wie afvalstoffen kunnen worden herleid, als overtreder geldt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Appellant kon niet overtuigend verklaren waarom de doos op straat was aangetroffen terwijl de papiercontainer volgens openbare gegevens op 11 juni 2018 was geleegd. De Afdeling concludeerde dat het college terecht aannam dat appellant de doos onjuist had aangeboden en dat het besluit om de kosten op hem te verhalen terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.