ECLI:NL:RVS:2019:2708
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing inzake verstrekking persoonsgegevens en afwijzing schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om verstrekking van haar persoonsgegevens op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het college verstrekte een overzicht van 151 e-mailberichten, maar appellant vond dit onvolledig en onbegrijpelijk en vorderde volledige afschriften en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het overzicht voldeed aan de wettelijke eisen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er meer gegevens waren. Ook werd het bezwaar tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat het college meer gegevens moest verstrekken en dat het advies van de adviescommissie bezwaarschriften niet betrouwbaar was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college voldoende had voldaan aan de verplichtingen uit artikel 35 Wbp Pro door een begrijpelijk overzicht te verstrekken, dat het advies van de adviescommissie niet onrechtmatig was en dat appellant geen toestemming had gegeven om geheime stukken te betrekken bij de uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.