ECLI:NL:RBDHA:2018:14303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inzage persoonsgegevens en schadevergoeding op grond van Wbp
Eiseres verzocht op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om inzage in haar persoonsgegevens die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag worden verwerkt. Verweerder verstrekte een overzicht van de persoonsgegevens, maar weigerde kopieën van de onderliggende documenten te verstrekken. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften onjuist en onvoldoende gemotiveerd was, en dat zij niet alle gegevens had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet gehouden was tot verstrekking van alle gegevens, maar slechts van die gegevens die kenmerkend zijn voor eiseres en haar identificeren. De verstrekte overzichten voldeden aan de eisen van begrijpelijkheid en volledigheid zoals gesteld onder de Wbp. Het verzoek om inzage in kopieën werd terecht geweigerd, mede omdat de AVG pas na het besluit in werking trad.
Verder werd geoordeeld dat de procedure correct was verlopen, dat eiseres geen hoorzitting wenste en dat de adviescommissie voldoende deskundig was. Het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet was gebleken van onrechtmatig handelen door verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verstrekking van een overzicht van persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.