AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep ongegrond verklaard tegen besluiten fase 3 Windpark N33
Appellant heeft beroep ingesteld tegen elf gecoördineerd voorbereide en bekendgemaakte besluiten die samen fase 3 van Windpark N33 vormen. Hij stelt dat de rotoren van een windturbine boven zijn perceel zullen draaien, waardoor hij in het gebruik van zijn agrarisch perceel wordt beperkt. Deze bezwaren betreffen echter de bouw en het gebruik van de windturbine, welke niet in de bestreden besluiten zijn geregeld maar in het rijksinpassingsplan en de omgevingsvergunningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vastgesteld dat alle inhoudelijke bezwaren van appellant het bereik van de bestreden besluiten te buiten gaan. Eerder is over het rijksinpassingsplan en de omgevingsvergunningen al uitspraak gedaan. Omdat appellant geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen de bestreden besluiten, verklaart de Afdeling het beroep kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van mr. W.M. Boer, griffier, op 8 augustus 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de besluiten van fase 3 Windpark N33 is ongegrond verklaard.
Uitspraak
201809907/2/R3.
Datum uitspraak: 8 augustus 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
[appellant], wonend te Scheemda, gemeente Oldambt,
en
1. het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen,
2. het college van burgemeester en wethouders van Oldambt,
3. het college van burgemeester en wethouders van Veendam,
4. het dagelijks bestuur van waterschap Hunze & Aa’s,
5. het college van gedeputeerde staten van Groningen,
verweerders.
Procesverloop
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen elf gecoördineerd voorbereide en bekendgemaakte besluiten ten behoeve van de realisatie van Windpark N33. De besluiten worden samen aangeduid als fase 3 van Windpark N33.
Verweerders hebben verweerschriften ingediend.
De Afdeling heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken over de gevreesde feitelijke gevolgen van de bestreden besluiten en over de afstand tot de betrokken activiteiten.
Vergunninghouders hebben nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. [appellant] is eigenaar van een perceel in de omgeving van Windpark N33. Hij stelt dat de rotoren van één van de windturbines van Windpark N33 boven zijn perceel zullen draaien. Door het overzwaaien wordt hij beperkt in het gebruik van zijn agrarisch perceel, welk gevolg onvoldoende in de afweging is betrokken. Hij stelt voor het overzwaaien ook geen toestemming te hebben gegeven.
2. De bezwaren die [appellant] tegen de bestreden besluiten naar voren heeft gebracht, zien op de bouw en het gebruik van één van de windturbines. Die bouw en dat gebruik zijn niet in een van de bestreden besluiten mogelijk gemaakt, maar in het rijksinpassingsplan "Windpark N33" en de omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.1. eerste lid, onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling over dat inpassingsplan en die omgevingsvergunningen uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2019:1781).
Nu alle inhoudelijke bezwaren die [appellant] naar voren heeft gebracht tegen de bestreden besluiten het bereik van de inhoud van die besluiten te buiten gaat, constateert de Afdeling dat [appellant] tegen de bestreden besluiten geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd.
Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.