ECLI:NL:RVS:2019:2729
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 24 januari 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 18 juli 2019 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie en de omstandigheden het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist, toewijsbaar is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 9 augustus 2019.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.