ECLI:NL:RVS:2019:2745
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit kamergewijze verhuur wegens onjuiste toepassing bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [appellant] een last onder dwangsom op om de kamergewijze verhuur aan afzonderlijke huishoudens van een woning te staken, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan definieert een woning als een gebouw voor de huisvesting van één huishouden, terwijl kamergewijze verhuur meerdere huishoudens betreft.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders. De Afdeling stelt vast dat het gebruiksverbod van artikel 5.1 van het bestemmingsplan alleen ziet op de daadwerkelijke gebruiker van de grond, niet op degene die het pand verhuurt. Aangezien [appellant] niet zelf in het pand woont en het pand verhuurt aan derden die geen gezamenlijke huishouding voeren, is hij niet de overtreder van het gebruiksverbod.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en herroept het handhavingsbesluit. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van de proceskosten van [appellant].
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen de kamergewijze verhuur wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.