ECLI:NL:RVS:2019:2750
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank inzake verzoek om proces-verbaal zonder afscherming namen
De appellant verzocht de korpschef om een kopie van het proces-verbaal van zijn verhoor zonder afscherming van namen. De korpschef weigerde de naam van de verbalisant te verstrekken op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk en ongegrond wegens onbevoegdheid.
In hoger beroep stelde appellant dat hij op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Strafvordering recht heeft op volledige kennisneming van zijn verhoorprocessen-verbaal. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Wpg niet van toepassing is op het verzoek om het gehele document, en dat het verzoek ook niet als een Wob-verzoek kan worden aangemerkt. Hierdoor is het besluit van de korpschef geen bestuursrechtelijk besluit waartegen beroep mogelijk is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Tevens werd de korpschef verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van het verzoek om het proces-verbaal.