ECLI:NL:RVS:2019:2758
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval ongegrond verklaard
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 8 augustus 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een plastic tas die naast een ondergrondse afvalcontainer was geplaatst. In de tas werd een poststuk met naam en adres van appellante aangetroffen, waardoor het college haar aansprakelijk stelde voor een deel van de kosten (€126,00).
Appellante voerde aan dat zij de tas niet naast de container had geplaatst en vermoedde dat het poststuk mogelijk uit de container was gewaaid of gevallen, waarna iemand anders het in de tas had gestopt. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat volgens vaste rechtspraak de persoon tot wie afvalstoffen herleid kunnen worden als overtreder wordt aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
De Afdeling oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet de overtreder is, omdat zij onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.