ECLI:NL:RVS:2019:2769
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Appellante bood op 22 mei 2018 vijf vuilniszakken naast een ondergrondse afvalcontainer aan, in strijd met de Afvalstoffenverordening Utrechtse Heuvelrug 2016. Het college stelde de kosten van de bestuursdwang (€150) op haar verhaal en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellante betoogde dat de overtreding het gevolg was van het niet tijdig ontvangen van een vervangend milieupasje, waardoor zij haar afval tijdelijk niet op de juiste wijze kon aanbieden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het feit dat afvalzakken met haar persoonsgegevens werden aangetroffen, haar als overtreder aanwijst, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
De Afdeling oordeelde dat appellante niet is ontslagen van haar verplichting om het afval conform de verordening aan te bieden. Alternatieve mogelijkheden, zoals het ophalen van een pas bij het gemeentehuis of het gebruik van de milieustraat, waren beschikbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van 5 september 2018 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.