ECLI:NL:RVS:2019:2778
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding bij gezinshereniging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 12 januari 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging afgewezen vanwege het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van drie maanden. De vreemdelingen, meerderjarige kinderen van een referent met een verblijfsvergunning asiel, stelden beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure stelde de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU, waarop in november 2018 een arrest volgde. Na ontvangst van dit arrest hebben partijen gereageerd en is de zaak verder behandeld. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geklaagd over de beoordeling van de termijnoverschrijding, maar dat de vreemdelingen niet zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om een mvv aan te vragen met het oog op een verblijfsvergunning regulier. Nu de staatssecretaris dit alsnog heeft gedaan, blijft het vernietigde besluit in rechtsgevolgen gehandhaafd.
De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens wordt een griffierecht opgelegd. Hiermee wordt de weigering van de mvv definitief gehandhaafd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.