ECLI:NL:RVS:2019:2796
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid echtgenote en kinderen
De burgemeester legde appellant op 3 januari 2018 een huisverbod op voor tien dagen, dat later met 18 dagen werd verlengd, omdat uit het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld bleek dat appellant zijn echtgenote fysiek mishandelde en bedreigde, wat ook door de kinderen werd bevestigd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen het huisverbod ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het huisverbod terecht was opgelegd en verlengd vanwege het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de veiligheid van de echtgenote en kinderen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het bewijs onvoldoende was en dat het besluit onbevoegd was genomen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling benadrukte dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpend middel is dat alleen kan worden toegepast bij voldoende grond voor ernstig en onmiddellijk gevaar en dat de burgemeester zorgvuldig moet afwegen.
De Afdeling concludeerde dat de burgemeester terecht het huisverbod heeft opgelegd en verlengd en dat de procedurele aspecten, zoals ondertekening en bekendmaking, correct zijn verlopen.
Uitkomst: Het huisverbod is terecht opgelegd en verlengd vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de echtgenote en kinderen.