ECLI:NL:RVS:2019:2849

Raad van State

Datum uitspraak
23 augustus 2019
Publicatiedatum
23 augustus 2019
Zaaknummer
201902401/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in hoger beroep vreemdelingenrecht

In deze zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De staatssecretaris heeft twee stukken en een begeleidende brief overgelegd met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken, op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Afdeling heeft de belangen zorgvuldig afgewogen. Enerzijds is het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over relevante informatie en dat de bestuursrechter over alle benodigde informatie beschikt om de zaak juist en zorgvuldig te behandelen. Anderzijds kan kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van partijen of derden onevenredig schaden.

De Afdeling concludeert dat de belangen die in de begeleidende brief zijn genoemd zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. De inhoud van de stukken is af te leiden uit de begeleidende brief, waardoor de beperking gerechtvaardigd is.

Daarom wijst de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken en de begeleidende brief toe en bepaalt dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van deze stukken.

Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van stukken en begeleidende brief wordt toegewezen, alleen de Afdeling mag deze inzien.

Uitspraak

201902401/2/V1.
Datum beslissing: 23 augustus 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
1.    de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
2.    [de vreemdeling],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 februari 2019 in zaak nr. NL18.7837 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Onder meer de staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 februari 2019 in zaak nr. NL18.7837.
De staatssecretaris heeft twee stukken en een begeleidende brief overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Overwegingen
1.    De staatssecretaris heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken en de begeleidende brief kennis zal nemen.
2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.    Naar het oordeel van de Afdeling wegen de belangen die in de begeleidende brief worden genoemd zwaarder dan het belang dat de vreemdeling kennis neemt van de stukken en de brief. In de brief heeft de staatssecretaris het verzoek om beperking van de kennisneming van de twee stukken toegelicht en uitgelegd waarom die beperking zich ook uitstrekt tot de begeleidende brief. Uit die brief is de inhoud van de twee stukken af te leiden. De Afdeling volgt de gegeven toelichting.
4.    De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming van de twee stukken en de begeleidende brief gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2019