ECLI:NL:RVS:2019:2849
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in hoger beroep vreemdelingenrecht
In deze zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De staatssecretaris heeft twee stukken en een begeleidende brief overgelegd met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken, op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling heeft de belangen zorgvuldig afgewogen. Enerzijds is het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over relevante informatie en dat de bestuursrechter over alle benodigde informatie beschikt om de zaak juist en zorgvuldig te behandelen. Anderzijds kan kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van partijen of derden onevenredig schaden.
De Afdeling concludeert dat de belangen die in de begeleidende brief zijn genoemd zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. De inhoud van de stukken is af te leiden uit de begeleidende brief, waardoor de beperking gerechtvaardigd is.
Daarom wijst de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken en de begeleidende brief toe en bepaalt dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van deze stukken.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van stukken en begeleidende brief wordt toegewezen, alleen de Afdeling mag deze inzien.