ECLI:NL:RVS:2019:4027
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke rapportage in vreemdelingenprocedure
In deze zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De staatssecretaris heeft een vertrouwelijke bestuurlijke rapportage van het Team Internationale Misdrijven van de Dienst Landelijke Recherche overgelegd en verzocht om toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van deze stukken.
De Afdeling heeft de staatssecretaris verzocht om een schriftelijke motivering van het verzoek, die verwees naar een eerdere brief van 16 augustus 2019. Deze brief en de rapportage bevatten informatie waarvan de inhoud kan worden afgeleid, waardoor het belang van geheimhouding zwaar weegt. De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de vreemdeling om de stukken in te zien en het algemeen belang en het belang van derden bij geheimhouding.
De Afdeling concludeert dat de belangen van geheimhouding zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. Daarom acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd en wijst dit toe. De beslissing is genomen door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2019.
Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke rapportage wordt toegewezen.