ECLI:NL:RVS:2019:2903
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken medische of sociale indicatie
Appellant heeft zijn woning verlaten vanwege een echtscheiding en vroeg een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor urgentie in de regio Alkmaar, mede omdat hij gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen en zijn medische klachten niet gerelateerd zijn aan de woning.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Heerhugowaard alleen ziet op woningzoekenden die hun zelfstandige woonruimte verlaten vanwege een medische en/of sociale indicatie. Appellant voldeed hier niet aan omdat hij zijn woning verliet vanwege echtscheiding, wat niet onder de beleidsregels valt.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank artikel 8 verkeerd Pro had uitgelegd, dat hij wel aan de voorwaarden voldeed en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een juiste uitleg gaf, dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden en dat het college terecht geen hardheidsclausule toepaste gezien de ernst van de situatie en het woningtekort.
De medische verklaring en het dossier toonden niet aan dat de situatie van appellant onhoudbaar was vanwege zijn gezondheid. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.