ECLI:NL:RVS:2019:1112
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Appellant vroeg om een urgentieverklaring vanwege spanningen met zijn voormalig echtgenote en de wens voor passende woonruimte om de zorg voor zijn minderjarige zoon te kunnen verdelen. Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen wees de aanvraag af omdat appellant geen urgent huisvestingsprobleem had volgens de Huisvestingsverordening en regionale beleidsregels. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant nog in de woning van zijn voormalig echtgenote woont en niet dakloos is, terwijl dreigende dakloosheid ook niet aannemelijk is. De rechtbank en het college hadden daarom terecht de urgentieverklaring geweigerd op grond van de algemene weigeringsgrond. Het beroep op bepalingen uit het Verdrag inzake de rechten van het kind werd verworpen omdat deze niet rechtstreeks toepasbaar zijn en geen verplichting tot verlening van urgentieverklaring opleggen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college beleidsruimte heeft bij het toepassen van de hardheidsclausule en dat appellant niet in een levensbedreigende of daarmee vergelijkbare situatie verkeert. De situatie van appellant is onvoldoende onderscheidend ten opzichte van andere woningzoekenden in Amstelveen. Daarom was het college niet verplicht de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem en het niet toepassen van de hardheidsclausule.