ECLI:NL:RVS:2019:2906
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en afwijzing schadevergoeding wegens huiselijk geweld
De burgemeester legde op 28 september 2018 een huisverbod op aan een vrouw voor de woning aan een locatie te Ens, vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de appellant en betrokkenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen dit huisverbod ongegrond. De appellant stelde in hoger beroep dat de feiten onjuist waren en dat de vrouw hulpbehoevend en invalide was, en verzocht om schadevergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden opgelegd bij ernstig en onmiddellijk gevaar. Uit het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en het proces-verbaal bleek dat er vernielingen waren aangericht en intimidatie had plaatsgevonden, en dat eerdere hulpverlening was beëindigd. De burgemeester had zorgvuldig de belangen afgewogen, rekening houdend met de medische situatie van de vrouw en het aanbod van noodopvang.
De verklaring van de zoon van de appellant gaf geen aanleiding het huisverbod te herzien. Het feit dat passende behandeling en begeleiding niet volgden, betekent niet dat het huisverbod onrechtmatig was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het besluit niet onrechtmatig was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.