ECLI:NL:RVS:2018:1067
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke huisverbod opgelegd en verlengd wegens ernstig gevaar voor veiligheid in woning
Op 29 januari 2017 legde de burgemeester van Amsterdam een huisverbod op aan appellant, waarbij hij werd gelast zijn woning te verlaten en gedurende een bepaalde periode niet te betreden, evenals geen contact op te nemen met zijn vader die daar woonde. Dit huisverbod werd later verlengd tot 26 februari 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het eerste besluit ongegrond, maar oordeelde dat de verlenging disproportioneel was en verklaarde het beroep tegen de verlenging gegrond.
De Raad van State heeft in hoger beroep het huisverbod bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester terecht een ernstig en onmiddellijk gevaar of een ernstig vermoeden daarvan aannam op basis van eerdere incidenten en politiegegevens, ondanks het feit dat strafrechtelijk niet tot vervolging werd overgegaan. De belangenafweging waarbij appellant stelde dat het huisverbod disproportioneel was vanwege onder meer de opvangsituatie, werd door de Raad van State verworpen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van 10 februari 2017 van de rechtbank, die de verlenging van het huisverbod had afgewezen. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester redelijkerwijs mocht aannemen dat het ernstige vermoeden van gevaar zich voortzette en dat de verlenging daarom gerechtvaardigd was. Het verzoek van appellant om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het huisverbod is terecht opgelegd en verlengd; het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.