ECLI:NL:RVS:2019:2973
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 februari 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. Op 6 mei 2019 wees de staatssecretaris opnieuw een afwijzend besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was en het incidenteel hoger beroep ongegrond. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 6 mei 2019, omdat de grondslag voor dat besluit was komen te vervallen. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.