ECLI:NL:RVS:2019:2489
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontoereikende motivering uitzonderlijke situatie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 december 2018 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten, waarbij zij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom in Ghazni geen uitzonderlijke situatie bestond.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte het behoren tot de etnische groep Hazara had betrokken bij de beoordeling van de uitzonderlijke situatie, aangezien deze beoordeling zich richt op het algemene risico van willekeurig geweld in het gewapend conflict en niet op individuele omstandigheden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling. Daarbij kan de rechtbank de veiligheidssituatie in Ghazni betrekken bij de toetsing aan de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.