ECLI:NL:RVS:2019:2983
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen inreisverbod en weigering document rechtmatig verblijf
De vreemdeling heeft bij besluit van 3 oktober 2018 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, alsmede een verzoek tot opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaard.
De vreemdeling heeft daarop hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde voorkomen dat hij zou worden uitgezet naar Afghanistan voordat op het hoger beroep is beslist. Hij stelde dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Tevens is geoordeeld dat asielgerelateerde gronden in deze procedure over het inreisverbod geen reden kunnen zijn voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het inreisverbod en weigering van een verblijfsdocument wordt afgewezen.