ECLI:NL:RVS:2019:2988
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in afwachting hoger beroep
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 28 juni 2019 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank verklaarde op 12 augustus 2019 de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Hiertegen stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In afwachting van de beslissing op het hoger beroep verzochten de vreemdelingen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die hun uitzetting zou voorkomen en opvang en verstrekkingen zou waarborgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond was, mede gelet op eerdere jurisprudentie, en bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 3 september 2019 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.