ECLI:NL:RVS:2019:307
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen wegens overschrijding bouwhoogte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren heeft appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen van aanbouwen die hoger zijn dan de toegestane maximale hoogten in de verleende omgevingsvergunning. Na het niet naleven van deze last heeft het college besloten de verbeurde dwangsommen van €4.000,- te innen. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze invordering ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft de zaak inhoudelijk onderzocht en vastgesteld dat de aanbouwen daadwerkelijk hoger zijn dan toegestaan, zoals bevestigd door metingen uitgevoerd door een extern bureau. Appellante heeft niet kunnen aantonen dat de overschrijding binnen de toegestane marges viel of dat er een geldige omgevingsvergunning voor de hogere bouwdelen was verleend. Ook de stelling dat het college in een vergelijkbare zaak wel een legaliserende vergunning had verleend, bood geen grond om in dit geval af te zien van invordering.
De Afdeling benadrukt het belang van invordering van verbeurde dwangsommen voor de handhaving van bestuursrechtelijke sancties en wijst het beroep van appellante af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de invordering van de verbeurde dwangsommen en wijst het hoger beroep af.