ECLI:NL:RVS:2019:3070
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris heeft op 7 juli 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 augustus 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, waardoor het hoger beroep kennelijk ongegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tegelijkertijd verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening tegen de aangekondigde uitzetting, gepland op 6 september 2019.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen grond was om de rechtmatigheid van de uitzetting of de wijze van effectuering in twijfel te trekken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd bevestigd dat de uitzetting mocht plaatsvinden. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de uitzetting kan plaatsvinden.