ECLI:NL:RVS:2019:3076
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:2992) waarin de rechtsvragen waren beantwoord en oordeelde dat het hoger beroep kennelijk gegrond was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft het oorspronkelijke besluit van niet-in-behandeling-neming van kracht.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft van kracht.