ECLI:NL:RVS:2019:31
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens geuroverlast bij SUEZ inrichting
SUEZ exploiteert een afvalverwerkingsinrichting in Rotterdam en kreeg een revisievergunning met het voorschrift dat buiten de inrichting geen geur mag worden waargenomen. Na klachten over geuroverlast stelde het college van gedeputeerde staten vast dat SUEZ dit voorschrift niet naleefde en legde dwangsommen op.
SUEZ betwistte de invordering van dwangsommen omdat zij maatregelen had getroffen en het college zich niet op geuroverlast door andere afvalstromen mocht baseren. De rechtbank oordeelde echter dat het voorschrift helder is en niet beperkt tot een specifieke geurbron, en dat SUEZ de last niet heeft nageleefd.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van SUEZ af. Het college mocht de dwangsommen invorderen, ook al was SUEZ in gesprek over wijziging van het voorschrift, omdat dit overleg pas na verbeuring van de dwangsommen startte en geen bijzondere omstandigheden opleverde om af te zien van invordering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de invordering van dwangsommen wegens overtreding van het geurvoorschrift door SUEZ.