ECLI:NL:RVS:2019:3159
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 maart 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 19 augustus 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep was beslist en tevens opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verzoek gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet uitgezet mocht worden zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek een bedrag van €512,00 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 16 september 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.