ECLI:NL:RVS:2019:3224
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-Van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat op grond van een claimakkoord tussen Duitsland en Frankrijk Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van de vreemdeling. De rechtbank had dit niet onderkend. De Afdeling oordeelt dat het aan de vreemdeling is om in Frankrijk zijn duurzame relatie en bewijsmiddelen daarvoor aan te tonen, en dat Nederland niet verantwoordelijk is.
De Afdeling vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt bevestigd dat de overdracht aan Frankrijk de eenheid van het gezin waarborgt, aangezien ook de minderjarige kinderen onder de verantwoordelijkheid van Frankrijk vallen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.