ECLI:NL:RVS:2019:3233
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling met beperkte banden Nederland
De vreemdeling, geboren in 1995 en afkomstig uit Congo, diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Na afwijzing van zijn aanvraag in 2014 en ongegrondverklaring van bezwaar, verklaarde de rechtbank in 2018 het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De rechtbank vond dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het belang van de vreemdeling niet zwaarder woog dan het Nederlandse belang, mede vanwege zijn sterke binding met Nederland en beperkte banden met het land van herkomst.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de vreemdeling nooit een verblijfsvergunning had gehad, dat verblijf op grond van privéleven slechts in bijzondere omstandigheden wordt toegestaan, en dat die omstandigheden niet aanwezig zijn. Ook wees hij op de veroordeling van de vreemdeling voor een geweldsmisdrijf in 2016. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht gewicht heeft toegekend aan deze feiten en dat het Nederlands belang zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het beroep van de vreemdeling op beschermenswaardig gezinsleven afgewezen, omdat hij zelfstandig woont en er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met zijn pleegmoeder. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.