ECLI:NL:RVS:2019:3234
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek identiteit en asielmotieven
De vreemdeling, een Jezidi uit Armenië, die wilsonbekwaam is en niet kan spreken, vroeg om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit af en weigerde tevens een reguliere vergunning of uitstel van uitzetting. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had waarom hij de identiteit van de vreemdeling ongeloofwaardig achtte, mede omdat zij niet kon spreken en wilsonbekwaam was. Ook had de staatssecretaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de asielmotieven, waaronder een aanval door politiemannen die leidde tot psychische problemen.
De verklaringen van de gestelde adoptiedochter, die het asielrelaas naar voren bracht, werden door de staatssecretaris ongeloofwaardig geacht, maar dit vormde geen deugdelijke grondslag voor het oordeel over de identiteit van de vreemdeling. De Raad van State stelde dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.