ECLI:NL:RVS:2020:14
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek naar licht verstandelijke beperking
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 9 juli 2018 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij door een licht verstandelijke beperking niet in staat was om zijn asielrelaas consistent te verklaren. Uit het overgelegde intelligentieonderzoek en iMMO-informatie bleek dat mensen met een licht verstandelijke beperking moeite kunnen hebben met het verwerken en terughalen van informatie, en zich minder goed kunnen uiten over hun seksualiteit.
De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met deze informatie en had niet onderkend dat de staatssecretaris nader onderzoek had moeten doen naar het verklaringsvermogen van de vreemdeling en de mogelijke invloed van zijn beperking op de tegenstrijdigheden in zijn verhaal. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die het bedrag van € 1.536,00 betrof.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar de licht verstandelijke beperking van de vreemdeling.