ECLI:NL:RVS:2019:3236
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris heeft op 12 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 december 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar overwegingen bevestigd dat het niet toepassen van het vierogenbeginsel in asielzaken niet leidt tot onzorgvuldigheid in de besluitvorming, zoals reeds vastgesteld in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:2986). De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling waren niet voldoende om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, mede omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.