ECLI:NL:RVS:2019:3242
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending hoor en wederhoor bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 14 juli 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze bewaring op 31 juli 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bij haar beoordeling had verwezen naar een uitspraak van de voorzieningenrechter die na sluiting van het onderzoek was gedaan, zonder partijen de mogelijkheid te geven hierop te reageren. Dit vormde een schending van het hoor en wederhoor.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen. De rechtbank moet nu alsnog inhoudelijk oordelen over het betoog van de vreemdeling dat hij ten tijde van de inbewaringstelling een verblijfsrecht had als gemeenschapsonderdaan. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van hoor en wederhoor.