ECLI:NL:RVS:2019:3244
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeages
De staatssecretaris heeft op 26 juli 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat de grieven 1 en 2 van de vreemdeling niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, maar dat de derde grief over de betekenis van tatoeages en het onder alle omstandigheden kunnen bedekken daarvan wel aanleiding geeft tot vernietiging. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat tatoeages niet altijd bedekt kunnen worden gehouden.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 26 juli 2019, en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.