ECLI:NL:RVS:2019:3259
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bezwaar vaste marktplaatsvergunning Waterlooplein Amsterdam
Appellant, marktkoopman op het Waterlooplein te Amsterdam, kreeg in juni 2017 een tijdelijke vaste marktplaatsvergunning en een vergunning voor eigen materiaal toegekend. De vergunningen betroffen het gebruik van een vaste verkoopinrichting die hij had overgenomen van zijn voorganger. Na bezwaar tegen de vergunningen verklaarde het college het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond, waarna de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde dat het college hem niet tijdig had geïnformeerd over de gevolgen van de herinrichting van het Waterlooplein, waardoor hij investeringen had gedaan op basis van onvolledige informatie. De rechtbank vond dat appellant het ondernemersrisico had genomen en dat het college niet onzorgvuldig had gehandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het college ten onrechte had aangenomen dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de gevolgen van de herinrichting, omdat tijdens informatiebijeenkomsten niet duidelijk was gemaakt dat vaste verkoopinrichtingen na de herinrichting niet meer toegestaan zouden zijn. Hierdoor was het besluit op bezwaar onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar, verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarbij het ook moet beoordelen of appellant aanspraak maakt op compensatie. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met beoordeling van de vaste verkoopinrichting en compensatie.