ECLI:NL:RVS:2019:3260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over geen belanghebbende bij omgevingsvergunning uitbreiding woonhuis in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Soest verleende op 28 juni 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het uitbreiden van de verdieping van een woonhuis in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Appellant, wonende op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat hij belanghebbende was omdat hij zicht zou hebben op de uitbreiding en dat het bouwvlak niet correct was toegepast.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen belanghebbende is omdat hij geen gevolgen van enige betekenis ondervindt. De afstand tussen de percelen bedraagt circa 85 meter en er liggen bospercelen tussen die het zicht beperken.
Verder oordeelde de Afdeling dat het relatieteken in het bestemmingsplan niet betekent dat appellant belanghebbende is en dat de bouwmogelijkheden op zijn perceel niet worden beperkt door de vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen belanghebbende is.