ECLI:NL:RVS:2019:3285
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 maart 2019 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 augustus 2019 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 27 september 2019 besloten dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdelingen in afwachting van de uitspraak in hoger beroep worden beschermd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier W.M. Vos.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.