ECLI:NL:RVS:2019:3286
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 oktober 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 16 augustus 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen, een voorlopige voorziening passend was.
Daarom bepaalde de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 27 september 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.