ECLI:NL:RVS:2019:3312
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens voorzienbaarheid planologische wijziging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van zijn woning door het nieuwe bestemmingsplan Moorland-West, dat de bouw van 15 woningen mogelijk maakt nabij zijn perceel. Het college wees de aanvraag af, gesteund op een advies van TOG dat de wijziging voorzienbaar was omdat het gebied Moorland al in 1993 als potentiële woningbouwlocatie was aangewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde of de planologische wijziging voor appellant voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van het perceel in 1994. Daarbij werd geoordeeld dat de Kadernotitie Structuurvisie Oirschot 1993 als een concreet beleidsvoornemen kan worden aangemerkt, waaruit een redelijk denkend en handelend koper kon afleiden dat woningbouw in het gebied mogelijk zou worden.
De Raad van State verwierp het betoog van appellant dat de plannen niet concreet waren en dat de folder geen openbaar beleidsvoornemen vormde. Omdat de wijziging voorzienbaar was, blijft de door appellant geleden planschade voor zijn eigen rekening. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.