ECLI:NL:RVS:2019:3330
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-girale betaling minimumloon ondanks bezwaar appellant
De staatssecretaris legde appellant een boete op van €6.000 wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag door het niet-giraal betalen van het minimumloon aan acht werknemers in de periode september 2016 tot februari 2017. Appellant voerde aan dat de boete onevenredig hoog was, mede vanwege het ontbreken van opzet, het niet onderbetalen van werknemers, het op orde houden van de administratie en het feit dat contante betalingen op verzoek van werknemers plaatsvonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete. In hoger beroep stond enkel de vraag centraal of de boete gematigd had moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris een discretionaire bevoegdheid heeft bij het opleggen van boetes en dat het beleid met een boetetabel niet onredelijk is. De omstandigheden van appellant, zoals gebrek aan horeca-ervaring en het verzoek van werknemers om contante voorschotten, rechtvaardigen geen matiging.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de boete van €6.000 onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens niet-girale betaling van het minimumloon en wijst het hoger beroep af.