ECLI:NL:RVS:2019:3341
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarende behandeling asielaanvraag
Bij besluit van 23 juli 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde op 12 augustus 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris verplicht is de asielaanvraag voortvarend te behandelen bij inbewaringstelling krachtens artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling oordeelde dat de grief van de staatssecretaris slaagt en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen overige beroepsgronden waren die niet door de rechtbank waren besproken, verklaarde de Afdeling het beroep alsnog ongegrond en vergoedde de staatssecretaris geen proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.