ECLI:NL:RVS:2019:3369
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier na overlijden echtgenoot
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en een reguliere verblijfsvergunning, die door de staatssecretaris op 15 maart 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 29 mei 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling voerde aan dat het overlijden van haar echtgenoot na de uitspraak van de rechtbank een gewijzigde situatie opleverde die bij de beoordeling van het hoger beroep betrokken moest worden. De Raad van State oordeelde echter dat dit overlijden na de uitspraak van de rechtbank geen rol kan spelen in het hoger beroep, omdat het hoger beroep zich beperkt tot de uitspraak van de rechtbank en nieuwe feiten die na die uitspraak zijn ontstaan niet kunnen worden ingebracht.
Verder werden de overige aangevoerde gronden niet nader gemotiveerd omdat deze geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.