ECLI:NL:RVS:2019:3382
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over besluit demonstratie en proceskostenvergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van appellant tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag niet-ontvankelijk verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet.
De kern van het geschil is of een e-mail van 2 oktober 2017, verzonden door een medewerker van de politie namens de burgemeester, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. In deze e-mail werd medegedeeld dat de demonstratie op de gewenste wijze geen doorgang kon vinden en werden alternatieven voorgesteld.
De Afdeling oordeelt dat de e-mail wel degelijk een besluit is, omdat deze concreet en ondubbelzinnig een verbod op de demonstratie bevatte en daarmee rechtsgevolg had. Het college heeft ten onrechte op het bezwaar beslist in plaats van de burgemeester, die het bevoegde bestuursorgaan is. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover zij de rechtsgevolgen in stand liet en wordt het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De Afdeling benadrukt dat het feit dat de e-mail niet schriftelijk door de burgemeester is ondertekend en door een politiemedewerker is verzonden, niet uitsluit dat het een besluit betreft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten, en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en het nemen van een nieuw besluit.