ECLI:NL:RVS:2019:3411
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last bestuursdwang tegen bewoning door derden op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout legde aan appellant een last onder bestuursdwang en een preventieve last onder dwangsom op om het gebruik van een pand op een bedrijventerrein voor bewoning door derden te staken. Appellant betwistte dit en voerde onder meer aan dat de bewoning door derden was toegestaan op grond van arbeidscontracten en samenlevingscontracten, en dat eerdere vergunningen bewoning door derden toestonden.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik door derden in strijd was met het bestemmingsplan, dat alleen bewoning door het huishouden van de bedrijfsvoerder was toegestaan. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het bestemmingsplan leidend is, niet latere gemeentelijke verordeningen of contractuele afspraken. Ook is geen sprake van een impliciete vergunning voor bewoning door derden.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de door appellant genoemde andere situaties niet vergelijkbaar zijn of inmiddels zijn beëindigd. Het beroep op onrechtmatigheid van de preventieve last onder dwangsom wordt niet behandeld wegens te late indiening.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.