ECLI:NL:RVS:2019:3500
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verzoek vierde toetskans advocatenopleiding ondanks black-out
De appellant volgde sinds 2014 de beroepsopleiding voor advocaten en werd in 2018 van het tableau geschrapt vanwege het niet afronden van de opleiding. Hij had driemaal een onvoldoende behaald voor het keuzevak Regulier Vreemdelingenrecht en verzocht om een vierde toetskans op grond van een black-out tijdens de derde toets. De algemene raad wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat het niet toekennen van een vierde toetskans geen onbillijkheid van overwegende aard oplevert, ondanks de erkende black-out.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het motiveringsgebrek van de algemene raad had hersteld en dat de belangenafweging onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals de black-out, financiële gevolgen en naderende pensioengerechtigde leeftijd. De Raad van State oordeelde dat de algemene raad de black-out wel degelijk in zijn besluit had betrokken en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt, waarbij het algemeen belang van de kwaliteit van de advocatuur zwaarder woog.
Daarnaast werd het betoog dat sprake zou zijn van een handicap of chronische ziekte in de zin van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte verworpen, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij voorafgaand aan de toets de algemene raad had geïnformeerd over zijn beperkingen. Ook werd geoordeeld dat de black-out en de aard van de gemaakte fouten niet zodanig waren dat een vierde toetskans zonder meer in de rede lag.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een vierde toetskans wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.