ECLI:NL:RVS:2019:3502
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake openbaarmaking agendaordners commissaris
In deze zaak heeft appellant verzocht om openbaarmaking van twee ordners met een uitdraai van de agenda van de commissaris over een periode van twee jaar, verstrekt aan journalisten voorafgaand aan een interview. De commissaris wees het verzoek aanvankelijk af, maar herzag het besluit gedeeltelijk na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verstrekking aan journalisten niet werd gezien als openbaarmaking voor een ieder.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de ordners niet openbaar waren gemaakt door verstrekking aan journalisten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de journalisten expliciet hadden aangegeven dat hun verzoek niet als Wob-verzoek moest worden beschouwd, maar enkel bedoeld was voor een achtergrondartikel. Hierdoor was geen sprake van openbaarmaking in de zin van de Wob.
De Afdeling bevestigde dat de commissaris terecht het verzoek niet als een Wob-verzoek heeft opgevat en dat er geen besluit tot openbaarmaking was genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.