ECLI:NL:RVS:2019:3543
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 26 november 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 5 maart 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank en de openbaarmaking van die uitspraak onderzocht. Hoewel deze klachten terecht werden voorgedragen, leidde dit niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening en tekstidentiteit waren gewaarborgd.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling bevatten geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord hoeven te worden. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 512,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.